Toekomstbestendige zorg ontstaat niet in één ziekenhuis of laboratorium. In Twente werken ziekenhuizen, kennisinstellingen en onderzoekers steeds vaker samen aan slimme oplossingen die de zorg beter en werkbaarder moeten maken. Het Pioneers in Health Care Innovatiefonds (PIHC) brengt die werelden bij elkaar.
Wat hebben een verpleegkundige op de intensive care en een internist op de diabetespoli met elkaar gemeen? Allebei kijken ze naar suikerwaarden. Allebei willen ze beter zicht op wat er met hun patiënt gebeurt, ook tussen de metingen door. En allebei vonden ze in PIHC de plek om hun idee uit te werken tot wetenschappelijk onderzoek.
PIHC is een samenwerking van de Universiteit Twente (TechMed Centrum), hogeschool Saxion en de ziekenhuizen MST, ZGT en Deventer Ziekenhuis. Het fonds koppelt artsen, onderzoekers en zorgprofessionals aan elkaar, zodat nieuwe technologie de weg naar de praktijk vindt. Geen losse experimenten, maar samenwerkingen waarin bestaande en nieuwe techniek wordt ingezet voor concrete vraagstukken in de zorg.
Database vol patronen
Hoe dat eruitziet, laten twee projecten uit de regio zien; allebei rond de glucosesensor, maar allebei vanuit een andere hoek. Het project DIABASE in Ziekenhuisgroep Twente begon met een nuchtere observatie. Veel mensen met diabetes type 1 dragen een glucosesensor die dag en nacht hun bloedsuiker meet. Daarmee genereren zij enorme hoeveelheden data, en wat gebeurt daar eigenlijk mee?
Prof. dr. Goos Laverman, internist bij Ziekenhuisgroep Twente en projectleider van DIABASE, zag de mogelijkheid. ‘Die sensor wordt door veel mensen gebruikt.De vraag is: hoe kunnen we daar meer rendement uit halen om de zorg te verbeteren?’ Op de diabetespoli van ZGT werkte hij al samen met een technisch geneeskundige en met masterstudenten van de Universiteit Twente. Met een PIHC-voucher kon Goos in 2020 een tweede technisch geneeskundige tijdelijk aanstellen die DIABASE hielp opzetten: een database waarin nu sensor- en pompdata van zo’n zevenhonderd mensen bewaard worden. Ruwe data, van minuut tot minuut.
Die fijnmazigheid maakt onderzoek mogelijk dat elders niet kan. Een masterstudent technische geneeskunde rekende uit hoe lang je moet meten om iemands glucoseregulatie betrouwbaar in beeld te krijgen. Internationale richtlijnen houden veertien dagen aan. ‘De student heeft dat tot op de bodem uitgezocht’, vertelt Goos. ‘Dan blijkt dat je met die richtlijn heel ver komt. Maar wil je het met zoveel mogelijk zekerheid weten, dan moet je zo’n dertig dagen meten.’ Inmiddels zijn er tien masterprojecten uitgevoerd, twee artikelen gepubliceerd en is een student genomineerd voor een landelijke prijs.
Voor Goos gaat het project verder dan de data alleen. ‘Nu komen mensen een paar keer per jaar naar het ziekenhuis. In zo’n spreekuur kijk je vooral terug. Maar het is juist zinvoller om vooruit te kunnen kijken, zodat je kunt ingrijpen op het moment dat het mis dreigt te gaan.’ Een nieuw monitoringprogramma dat dagelijks data binnenhaalt, moet dat mogelijk maken. Patiënten reizen minder, wachten minder en hoeven minder vaak vrij te nemen van werk; het ziekenhuis werkt efficiënter. Daardoor kunnen zorgverleners én patiënten sneller bijsturen.
Innovatie vanaf de werkvloer
In het Deventer Ziekenhuis ontstond een idee vanuit een heel andere hoek. Een verpleegkundige op de intensive care vroeg zich af: waarom zouden we IC-patiënten een paar keer per dag prikken voor een suikermeting, terwijl mensen met diabetes dat thuis al jaren met een sensor doen?
Die vraag werd uitgewerkt tot een wetenschappelijke studie. Met steun van PIHC werkten het Deventer Ziekenhuis, MST en ZGT samen en hogeschool Saxion sloot aan als kennispartner. Een testgroep van 101 IC-patiënten die insuline nodig hadden kreeg een sensor op de arm of de buik. Een dun naaldje onder de huid mat het suikergehalte; de standaard bloedmetingen liepen ondertussen door. De vraag: meten beide methoden hetzelfde?
‘We hebben de gewone zorg niet veranderd’, vertelt Femke van Kessel, verpleegkundig onderzoeker in het Deventer Ziekenhuis. ‘De verpleegkundigen bleven de standaard bloedsuikermetingen aan het bed uitvoeren en op basis daarvan werden beslissingen genomen. De glucosesensor verzamelde ondertussen de waarden van de patiënt, en die waren tijdens de studie niet zichtbaar. Die werden pas achteraf uitgelezen.’
Voor Kim Kamphorst, senior onderzoeker en projectleider, is het feit dat de vraag van de werkvloer komt ook heel belangrijk. ‘Bij medisch specialisten is wetenschappelijk onderzoek veel meer onderdeel van het werk dan bij verpleegkundigen. Terwijl er juist veel verpleegkundige vraagstukken zijn die nog niet zijn onderzocht.’
Onderzoekers van het Deventer Ziekenhuis leggen nu elke sensormeting naast de bloedmeting. Als de sensor betrouwbaar genoeg blijkt, volgt de vraag of het ook iets oplevert voor de patiënt. ‘Een vingerprik is goedkoop en snel’, zegt Kim.
‘Investeren in duurdere sensoren heeft alleen zin als het leidt tot betere uitkomsten, minder complicaties of kortere opnames.’
Nieuwe expertise
Wat de twee projecten verbindt, is meer dan de glucosesensor. PIHC brengt partijen bij elkaar, zodat ideeën uit de praktijk en de wetenschap kunnen doorgroeien naar onderzoek en toepassing.
In DIABASE krijgt de technisch geneeskundige een hoofdrol: een professional die zowel de taal van de arts als die van de techneut spreekt. ‘Ze zijn opgeleid om met patiënten te werken en hebben tegelijk een sterke analytische kant’, legt Goos uit. Bij de drie ziekenhuizen werken inmiddels technisch geneeskundigen op de diabetespoli. En ook elders in Nederland wordt dit concept opgepikt. Goos: ‘Twente is hierin wel echt de voorloper.’
Ook op de IC ontstaat ruimte voor een nieuwe rol: die van de verpleegkundige als onderzoeker en aanjager van innovatie. Femke: ‘Het laat zien dat verpleegkundigen op hun domein professionals zijn. Wanneer zij iets signaleren wat beter kan, dan moet daar ook naar geluisterd worden.’ Kim vult aan: ‘Met dit onderzoek kunnen we laten zien dat een goed idee niet bij een idee hoeft te blijven.’
Twee verschillende settings, twee verschillende disciplines, maar dezelfde beweging. Van losse meting naar voortdurend zicht en van terugkijken naar vooruitkijken. Misschien is dat wel het echte rendement van een fonds als PIHC: dat een goed idee, waar het ook vandaan komt, in Twente zijn weg vindt naar onderzoek dat uiteindelijk leidt tot beter passende en slimmere zorg.
Over PIHC
Het Pioneers in Health Care (PIHC) Innovatiefonds is een samenwerking van Universiteit Twente (TechMed Centrum), hogeschool Saxion en de ziekenhuizen MST, ZGT en Deventer Ziekenhuis. Het Fonds stelt jaarlijks 600.000 euro beschikbaar voor 10 innovatieve projecten die technologie slim inzetten voor de zorg van morgen.
PIHC brengt artsen en onderzoekers samen om nieuwe technologie te ontwikkelen voor betere patiëntenzorg, of door bestaande technologie te gebruiken voor nieuwe medische toepassingen.



