Het is tegenwoordig geen pretje om aan de pomp te staan. De hoge brandstofprijzen maken de pitstop tot een slikstop. Desondanks laten werknemers nog niet ‘en masse’ de auto staan, om de fiets of het OV te pakken. Niet omdat ze niet willen, maar omdat gedrag ingewikkeld is. De provincie Overijssel probeert via gedragsexperts werkgevers te helpen om duurzaam mobiliteitsgedrag een duwtje te geven. Met klimaatpsycholoog Wytse Gorter duiken we in gedrag én hoe je hier als werkgever slim op in kan spelen. ‘Het gaat niet om harder zenden, maar slimmer aansluiten.’
Gedrag proberen te veranderen is ingewikkeld, mobiliteitsgedrag veranderen misschien nóg wel ingewikkelder. Uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid blijkt dat mensen het (zelfs) accepteren als ze wekelijks of dagelijks in de file staan. Zolang er een patroon in zit, behoort de file tot een gewoonte om naar het werk te komen. Zonde van de tijd zou je zeggen, maar door de hoge acceptatie is filerijden voor veel mensen geen reden om hun gedrag aan te passen.
Hoe doe je dat dan wel? Hoe doorbreek je ingeslepen mobiliteitspatronen als werkgever die aan de slag wil met goed werkgeverschap, het bevorderen van vitaliteit én het reduceren van de uitstoot/brandstofkosten?
‘Laat ik beginnen met een stukje verwachtingsmanagement’, begint Wytse. ‘Gedrag veranderen lukt zelden met één maatregel. Het is eerder een puzzel met stukjes als waarden, identiteit, gewoontes, infrastructuur en het gevoel – doe ik dit alleen, of doen we het samen?’
Vier waarden
Wytse werkt vaak met een simpel, krachtig uitgangspunt: we hebben allemaal verschillende waarden in ons, alleen de sterkte verschilt per persoon. Grofweg zijn er vier:
1. Egoïstische waarden (klinkt negatief, maar is neutraal): middelen, geld, status, bezit, carrière
2. Hedonische waarden: comfort, plezier, gemak, genieten
3. Altruïstische waarden: zorg voor anderen en de samenleving
4. Groene/biosferische waarden: zorg voor natuur, planeet en klimaat
Veel duurzaamheidscommunicatie richt zich volgens Wytse voornamelijk op die vierde categorie (beter voor het klimaat). Logisch. Maar in een organisatie zitten óók collega’s die denken: Wat levert het mij op? Wordt mijn dag makkelijker? Past dit bij mijn leven?
Slimmer aansluiten
En precies dáár kun je verschil maken. Bijvoorbeeld als het gaat om e-bike-beleid. Voor de groene collega werkt een boodschap als ‘minder CO₂, minder uitstoot’ prima, terwijl de egoïstische collega zich aangesproken zal voelen door vrij keuzebudget om een eigen fiets aan te schaffen.
Kortom, de kunst is volgens Wytse niet één boodschap te kiezen, maar meerdere ingangen te bieden. ‘Als je duurzame mobiliteit alleen verkoopt als goed voor het klimaat, mis je een groot deel van je organisatie. Terwijl juist daar de sleutel ligt: niet harder zenden, maar slimmer aansluiten.’
Van losse prikkels naar blijvend gedrag
Beloningen en ‘incentives’ kunnen helpen om werknemers op de fiets te krijgen, maar Wytse waarschuwt ook: ‘Als mensen alleen bewegen omdat er een beloning tegenover staat, is dat vaak extrinsieke motivatie. Het werkt, maar is niet altijd blijvend. Wat helpt wél op de lange termijn? Dat mensen voelen: dit past bij wie wij zijn.’
En dat brengt ons bij een van de sterkste mechanismen in organisaties: sociale identiteit. Mensen veranderen vaker door hun omgeving dan door argumenten. Niet omdat argumenten onbelangrijk zijn, maar omdat gedrag ontzettend sociaal is. Als jij ziet dat collega’s met wie jij je verbonden voelt ineens wél fietsen, dan gaat er iets aan. Dat denk je, misschien is dit normaal, past dit bij ons, moet ik het ook eens proberen.
Drie vragen als praktische route
Wie duurzame mobiliteit echt in beweging wil krijgen, doet er volgens Wytse goed aan zichzelf drie vragen te stellen. Allereerst: wie zijn wij als organisatie, en welke identiteit willen we uitdragen? Sluit dat beeld aan bij wat medewerkers dagelijks ervaren?
Vervolgens is het belangrijk te begrijpen welke waarden er leven binnen het team. Niet iedereen maakt dezelfde afwegingen; waar de één wordt gedreven door gezondheid, speelt voor de ander tijd of kosten een grotere rol.
Tot slot is de vraag wat het vandaag moeilijk maakt. Is het gewoonte, comfort, veiligheid, tijdsdruk, kosten of ontbrekende infrastructuur? Door eerst drempels weg te nemen, wordt overtuigen vaak vanzelf overbodig.
Gedrag veranderen
Hoe krijgen we werknemers uit de auto? Hoe stimuleren we ze om vaker de fiets te pakken? Of vaker van het OV gebruik te maken? Vragen waar veel werkgevers zich op stukbijten. Vragen waar Wytse wat inzicht en handvaten in heeft proberen te geven. Hij vat zijn verhaal samen met een krachtige oproep. ‘Gedrag verandert niet omdat het moet, maar omdat het past. Past bij iemands waarden, bij de groep waar iemand bij wil horen en bij het dagelijkse leven.’
Als werkgever kun je dat mogelijk maken volgens Wytse. ‘Luister, maak het makkelijker en laat zien waar je zelf voor staat. Dan wordt duurzaam reizen geen project, maar gewoon hoe jullie het doen.’
De provincie Overijssel heeft al een groot aantal werkgevers op weg geholpen bij het verbeteren van faciliteiten. Bekijk hier de subsidieregeling en zet ook de eerste stap naar bijvoorbeeld een betere fietsenstalling. ‘Maak het makkelijk en laat zien waar je voor staat’ www.overijsselonderweg.nl