Het Rijksmuseum Twenthe staat tot en met 9 november in het teken van een grote overzichtstentoonstelling in liefst negen museumzalen en de binnentuin met werken van herman de vries, die zijn naam bewust met louter kleine letters schrijft. Hij ziet de natuur als ‘hét grote kunstwerk waaraan we ons bestaan ontlenen’. Conservator Josien Beltman neemt ons mee in de ontwikkeling en achtergronden van de bijna 94-jarige kunstenaar, ook voor jonge generaties nog steeds een grote inspiratiebron.
Sinds begin jaren zeventig woont de in Alkmaar geboren herman de vries in Eschenau, een plattelandsdorp aan de rand van het Steigerwald, een van de grootste bosgebieden in Duitsland. Josien: ‘Dat is de plek waar veel van zijn werken ontstaan. Hij noemt het zijn atelier. In de jaren zeventig/tachtig reisde hij veel naar Azië, Afrika, India en Afghanistan. Dan verzamelde hij materiaal dat uiteindelijk ook terugkwam in zijn werken.’
Gebaseerd op toeval
Veel van de eerste werken van herman de vries uit de jaren zestig waren gebaseerd op toeval. ‘Hij is namelijk niet als kunstenaar opgeleid, maar ging naar de tuinbouwschool. En daarna ging hij in Arnhem en Wageningen werken bij instituten waar biologisch en ecologisch onderzoek werd gedaan, zoals op De Hoge Veluwe waar insectenplagen werden onderzocht. Omdat je nog geen computers had, gebruikte hij tabellen met getallen om steekproeven te doen. Die gebruikte hij vervolgens ook om zijn eerste kunstwerken mee te maken. De vorm daarvan liet hij bepalen door het toeval. Op deze manier wilde hij toeval en processen in de natuur visualiseren. Op een gegeven moment kwam hij tot de conclusie dat de natuur het beste model is van zichzelf en ging hij de natuur zelf tonen als kunst. Daarin was hij een pionier.’
In de tentoonstelling worden tevens werken getoond van vier kunstenaars uit latere generaties die door hem geïnspireerd zijn. Dat zijn Nan Groot Antink (1954), melanie bonajo (1978), Stefan Cools (1981) en Milah van Zuilen (1998).
Enorm goede observator
Josien: ‘Allemaal hebben ze net als herman de natuur als inspiratiebron. Hij is een heel bijzondere man. Dat zijn ook zijn blik naar de wereld, zijn nieuwsgierigheid naar de natuur, wat er allemaal in te ontdekken valt. Hij is een enorm goede observator, maar ook iemand bij wie het gaat om de ervaring van de natuur. De relatie tussen mensen en planten speelt daarin eveneens een belangrijke rol. Mensen gebruiken planten als voedsel, als geneesmiddel en als bewegers van de geest. de vries heeft daar veel onderzoek naar gedaan. Zelf nam hij verschillende planten met geestverruimende werking tot zich en experimenteerde hij ermee. Dat heeft erg te maken met zijn drang naar verschillende werkelijkheidservaringen, op welke manier je de wereld kunt ervaren.’
In een kas in de binnentuin van het Rijksmuseum staat een grote installatie van herman de vries. ‘Daarin staan 22 planten met stoffen die onze geest kunnen beroeren. Dan moet je natuurlijk denken aan cannabis, maar ook aan bijvoorbeeld de brugmansia en de atropa bella-donna (wolfskers). Een van onze programmalijnen is natuur en ecologie. Daarbinnen past herman de vries heel mooi. Bij hem gaat het meer om die natuurlijke wereld, over die rijkdom en overvloedigheid en de complexiteit ervan. De verwondering erover wil hij laten zien.’
Uitsluitend individuen
‘Hij zegt dan: de natuur brengt uitsluitend individuen voort; niks in de natuur is helemaal gelijk, alles erin is uniek en even belangrijk. Natuurlijk is dat in strijd met hoe wij naar dingen kijken. Bij hem draait het er erg om dat wij onderdeel zijn van de natuur en dat ook wij daar een actor in zijn. Hij heeft sterk nagedacht over de plek van de mens in de wereld en hoe die staat in relatie tot de dingen om ons heen.’
Rijksmuseum Twenthe heeft ruim dertig werken van herman de vries in de collectie. ‘We hebben al twee keer eerder een tentoonstelling over hem georganiseerd. De eerste, in de jaren negentig, ging vooral over zijn reizen en de tweede, in 2011, was er een met werk uit eigen collectie. Deze is de grootste en meest ambitieuze. Nu laten we ook echt de ontwikkeling zien die hij heeft doorgemaakt. Hij begon abstract, waarbij het toeval de vorm bepaalde. Daarna kwam de omslag, waarbij hij de natuur toonde als beste model van zichzelf, tot en met zijn laatste werken en kunstenaars van nu. Daarin speelt ook zijn vrouw susanne, met wie hij veel werk samen maakt, een belangrijke rol. De onderzoekende houding heeft hij in zijn kunst altijd behouden. Hij zegt ook: de natuur is kunst. Daarin culmineert de expositie en waar hij in zijn werk naartoe beweegt.’
Kunst van zichzelf
Josien besluit: ‘Eén zaal is tijdens de tentoonstelling helemaal gewijd aan La Gomera, een van de Canarische Eilanden. Toen hij er begin jaren tachtig voor het eerst kwam, was dat onherbergzaam. Er waren niet veel mensen, ook nauwelijks toeristen. Volgens herman de vries is La Gomera een kunstwerk van zichzelf en een tentoonstelling die je altijd kunt bezichtigen. Toen ik laatst bij hem was zei hij: ik kijk altijd of ik nog iets kan toevoegen als kunstenaar. Maar dat kan ook betekenen dat hij besluit: ik doe dit niet, want de natuur is van zichzelf al bijzonder genoeg.’

Door Rijks museum Twenthe