4 minuten
)
Ondernemen
Onderwijs

Carintreggeland vernieuwt functies en maakt de zorg toekomstbestendig

Het is geen nieuws meer dat veel werkgevers, zeker ook in de zorg, staan te springen om personeel. Tegelijkertijd neemt in die sector de complexiteit van de zorgvraag toe. Zorgorganisatie Carintreggeland wacht niet af tot de nood verder toeneemt en laat een deel van haar medewerkers omscholen via Endoor. De voordelen: medewerkers mogen meer (laagcomplexe) handelingen verrichten en zijn dus breder inzetbaar, wat roosters makkelijker te maken maakt. Carla Kerkdijk, hrm-manager bij Carintreggeland, vertelt over de omscholingstrajecten.

Met ruim 4.200 professionals en talloze vrijwilligers is Carintreggeland de grootste zorgorganisatie van Twente. Carintreggeland biedt onder andere wijkverpleging, thuis- en dagbegeleiding, verpleeghuiszorg en herstelzorg. ‘We willen volop blijven bijdragen aan een waardevol leven van cliënten, maar soms knelt het. Vooral bij de inzetbaarheid van onze mensen’, vertelt Carla. ‘Mensen worden steeds ouder en kennen vaak meerdere problematieken. Vergeetachtigheid, dementie, lichamelijke problemen, onbegrepen gedrag. Mantelzorgers zijn overbelast, maar ook bij onze eigen medewerkers is de rek er soms uit. Kortom: werk aan de winkel.’

Er moet dus iets gebeuren. Hoe gaan jullie deze situatie het hoofd bieden?

‘We hebben een nieuwe benadering gekozen. Ons functiehuis is recent aangepast en we hebben andere competenties toegevoegd aan bestaande functies. Zo voeren dagbegeleiders nu laagcomplexe verpleegkundige handelingen uit, zoals medicatie geven uit de baxter, insuline spuiten met de insulinepen en blaaskatheterzak legen. Waar voorheen de wijkverpleging hiervoor moest langskomen, kan de dagbegeleider dit nu zelf doen. Dit ontlast de wijkverpleging enorm en maakt onze zorg efficiënter.’

Wat maakt deze aanpak anders dan traditionele manieren van werken in de zorg?

‘Functies zoals de helpende-plus bestaan elders ook, maar bij ons krijgen deze medewerkers zes extra handelingen aangeleerd. Dat is een flinke uitbreiding van hun takenpakket. We hebben via Endoor specifieke trajecten ontwikkeld, zoals voor dagbegeleiders, die hen zowel agogische vaardigheden als verpleegkundige handelingen aanleren. Het programma is helemaal op maat gemaakt, wat essentieel is om onze unieke uitdagingen aan te pakken. Zeker binnen Twente zijn we hier redelijk uniek in.’

Waarom hebben jullie voor Endoor gekozen?

‘Endoor begrijpt onze situatie en spreekt dezelfde taal. Dat maakt het samenwerken heel prettig. We kunnen bovendien door onze omvang grote groepen aanbieden, wat het financieel haalbaar maakt. Zo hebben we vorig jaar 180 helpenden-plus geschoold. Voor de dagbegeleiders gaat het om een kleinere groep van 15 tot 20 medewerkers per traject. Daarnaast bieden we ook bedrijfsklassen aan voor verzorgenden IG en verpleegkundigen niveau 4, specifiek gericht op Carintreggeland. Dat betekent dat ze niet in reguliere klassen zitten op bijvoorbeeld het ROC van Twente, maar in een traject dat volledig op onze praktijk is afgestemd.’

Heeft deze aanpak al effect?

‘Absoluut. Het meest zichtbare voordeel is dat de wijkverpleging nu niet meer naar dagbegeleidingslocaties hoeft te komen. Dagbegeleiders kunnen de handelingen zelf uitvoeren, waardoor de wijkverpleging meer tijd heeft voor de ondersteuning van andere cliënten. Ook voor cliënten is het fijn: ze hebben minder verschillende zorgverleners over de vloer. Daarnaast is het nu makkelijker om dienstroosters rond te krijgen. Medewerkers met uitgebreidere bevoegdheden maken de planning een stuk flexibeler. Dat geldt zowel voor onze verpleeghuislocaties als voor de wijkverpleging. De routes zijn beter te plannen en efficiënter uit te voeren.’

Hoe reageren cliënten op deze veranderingen?

‘We hebben daar nog geen formeel onderzoek naar gedaan, maar de reacties zijn overwegend positief. Veel cliënten waarderen het dat ze nu te maken hebben met een vaste dagbegeleider die ook verpleegkundige handelingen kan uitvoeren. Dat betekent minder verschillende zorgverleners, meer continuïteit in de zorg en een hechtere band.’

Zijn er ook uitdagingen bij deze omscholingstrajecten?

‘Zeker. Een aantal medewerkers staat niet direct te springen om bijvoorbeeld insuline te spuiten of andere medische handelingen uit te voeren. We vinden het belangrijk om niemand iets op te dringen. We hopen dat die medewerkers straks zelf inzien dat dit een belangrijke bijdrage is voor hun nieuwe functie. Dat vraagt om goede begeleiding en vertrouwen opbouwen. Het is een proces, maar uiteindelijk is het voor iedereen een stap vooruit.’