Ik hoor het steeds vaker; thuis aan tafel, bij bijeenkomsten en in de wandelgangen op kantoor: ‘Ja, AI… mangs wa, aait nich’. Of tóch Je hoort het niet, omdat we het er nog niet echt over hebben.
We hebben het er wel eens over, maar gaan het gesprek niet aan. We kijken het aan, kijken wat het wordt en of we het er wel echt over moeten hebben. Het raakt ons (nog) niet. Dat snap ik wel. Twente is groot geworden door echt werken, en zo zien we onszelf ook. Geen gelul, maar gewoon echt werken. Dingen maken en bouwen. Textiel, bouw, infra en industrie, en toch ook wel glasvezelnetwerken en grote softwareproducten. Een gemene deler was en is: zelf bedacht en zelf gemaakt.
AI voelt dan echt wel anders, als een soort onzichtbaar iets. Vergelijkbaar met wat er onder de motorkap van je auto gebeurt. Je start het wel, het is er wel, maar zolang je de motorkap niet opent, hoef je het niet te zien. Als er iets mee is, ga je naar de garage, tenzij je zelf automonteur bent, natuurlijk. Zo gaat het ook met AI.
Maar ondertussen schuift er meer dan we zouden willen toegeven. AI neemt niet ineens werk weg, maar het doet iets subtielers, en daarom misschien nog wel juist iets spannenders. Veel mensen gebruiken het nu als een trucje, of zoals we Google gebruiken, en daardoor zie je de impact nog niet echt. Maar het verschuift het werk voor taken die vooral herhaling zijn geworden. Dan is het niet gek dat je jezelf afvraagt: als dit automatisch kan, waar zit ik dan nog? Jezelf die vraag stellen is niet zwak, maar juist bijzonder eerlijk. Het is een transitie die de manier van denken en werken kan en gaat veranderen. Het biedt ergens bedreiging, maar zeker ook kansen.
In mijn optiek is AI geen bedreiging, maar net als iedere automatisering een hefboom voor efficiëntie. Waar je vroeger een secretaresse nodig had, heb je nu een AI-‘notetaker’ die automatisch je taken uitwerkt. Foto’s, animatie, ontwerp, berekeningen, enzovoort; allemaal zaken die anders zijn dan tien jaar geleden. Maar wie lang genoeg meeloopt, weet nog dat toen computers, telefoons en het internet kwamen, het toen ook al veranderde. Kun je leven zonder een mobiel, en kun je als bedrijf alles op papier doen? Vandaag de dag is dat heel moeizaam, omdat iedereen mee moet, kan en/of wil.
Twente verandert wel, maar bij voorkeur zonder al teveel poespas en grote woorden. Het imago van makers raken we niet graag kwijt, maar we moeten niet vergeten dat we ook praktische denkers zijn en daarmee misschien ook wel beter overweg kunnen met de nieuwe manier dan ooit. AI vraagt ons niet om ons geleerde vak of beroep op te geven; het dwingt ons wel om opnieuw te bepalen wat ons werk inhoudt en de afweging te maken hoe het verandert. Bovenal voegen wij nog altijd waarde toe, door uiteindelijk de verantwoordelijkheid te nemen als het systeem geen zwart-wit antwoord heeft. ‘Mangs wa, aait nich’, totdat je merkt dat je zelf wilt bepalen hoe het wél past.
Door Storekeeper